Het Financieele Dagblad over het Noord-Hollandse familiebedrijf Bejo zaden uit Warmenhuizen

0

Er is genoeg bij Bejo om de wereld een paar keer te voeden

Het Financieele Dagblad deed onderzoek naar de grootste leveranciers van groentezaden. Bejo zaden behoort tot de top tien wereldspelers.

Slechts een enkeling buiten het dorp of de sector kent Bejo Zaden. Toch behoort dit Noord-Hollandse familiebedrijf tot het selecte groepje van wereldspelers in de zaadbranche. Het bedrijf blaakt van gezondheid. Branchegenoten die aankloppen voor een overname, worden onverbiddelijk naar huis gestuurd.

Wie naar Bejo gaat, ziet tussen de voor de regio beeldbepalende koolvelden net buiten Warmenhuizen, een West-Friese kern boven Alkmaar met zesduizend inwoners, een reeks gebouwen oprijzen. Het zijn de kantoren, kassen, opslagloodsen en andere bedrijfspanden die samen het hart vormen van Bejo Zaden.

Bieten en uien
Enkele hallen zo groot als ruime sportzalen blijken tot het plafond vol te staan met pallets met zakken en blikken zaad van bieten, uien, kool, wortelen en vijftig andere groenten uit de catalogus van Bejo. Er is genoeg zaad om de wereld een paar keer te voeden, grapt een bedrijfsleider in het 'Pakhuis', zoals de opslagloods intern wordt genoemd. En zo voelt dit ook.

Maar in Warmenhuizen komt ook alles binnen wat Bejo wereldwijd produceert. Uienzaad uit India, paprika uit Guatemala, radicchio en venkel uit Italië. Het zaad wordt er getest, schoongemaakt, geselecteerd en vaak van een beschermende laag (coating) voorzien, om later aan boeren en dealers overal in de wereld te worden verkocht.

Groeien
Meer ruimte is er niet in de panden in Warmenhuizen en omdat Bejo toch wil blijven groeien, komen er nieuwe gebouwen bij. 'We denken onze omzet te verdubbelen tot zo'n € 400 mln in tien jaar tijd', zegt John-Pieter Schipper, de 43-jarige directeur.

Gedetailleerde cijfers geeft Schipper vanwege het besloten karakter van de onderneming niet graag en daarom beperkt hij zich bij de vraag naar de omvang van de kosten van de uitbreiding tot 'een flink aantal miljoenen'. Over twee jaar moet de nieuwbouw er staan en dan is er 10.000 vierkante meter of 20% meer beschikbaar voor verwerking, opslag en administratie dan nu. Over tien of vijftien jaar zou er ruim 15 hectare meer aan bedrijfsruimtes kunnen zijn, het drievoudige van de huidige 5 hectare.

Eigen middelen
De banken hebben geen al te goede klant aan Bejo. Want de investering wordt uit eigen middelen gefinancierd, net als als de veel grotere uitgaven voor de ontwikkeling van nieuwe gewassen. Schipper zegt dat 10% tot 20% van de omzet in nieuwe rassen en variëteiten gaat zitten. 'Als branche is dit veel, maar binnen de branche niet.' De omzet van Bejo kwam vorig jaar uit op € 230 mln en daarbij werd ruim 10% overgehouden aan nettowinst, aldus de directeur. In het jaarverslag schrijft de onderneming dat in 2014-2015 € 33 mln aan onderzoek is uitgegeven.

In het jaarverslag staat ook dat Bejo Zaden dit jaar € 20,8 mln toevoegt aan de reserves en € 25 mln 'als dividend ter beschikking stelt aan de algemene vergadering'. Bejo benadrukt in een toelichting dat dit niet het bedrag is dat naar de aandeelhouders gaat. Het betreft een interne verrekening binnen de holding Bejo Finance, aldus het bedrijf.

Maar de aandeelhouders ontvangen wel dividend, en tegenwoordig wat meer dan vroeger. 'De winst is altijd teruggevloeid in het bedrijf, maar de laatste jaren keren we wat meer dividend uit. Het bedrijf heeft de ruimte om te investeren voor verdere groei en ontwikkeling. Wat we niet nodig hebben, laten we naar de aandeelhouders vloeien. Dat is onze filosofie.'

Families
De aandeelhouders zijn dertien leden van de families Jong en Beemsterboer, de twee Noord-Hollandse geslachten die hun zaadbedrijven in 1978 fuseerden tot Bejo. De twee hebben elk de helft van de aandelen. Schipper komt niet uit de families en hij heeft geen aandelen. 'Dat was geen thema toen ik vijf jaar geleden bij Bejo kwam. Ik geloof ook niet in het model van aandelen bij werknemers.' De gelijke verdeling over de twee families is volgens Schipper een van de verklaringen voor het succes van het bedrijf. 'Wij moeten altijd consensus hebben bij grote beslissingen. Dat voorkomt dat we bokkensprongen maken.'

Succesnummers
Kool-, wortelen-, bieten- en uienzaden, het assortiment waarmee Cor Beemsterboer en Jacob Jong een eeuw geleden ieder voor zich mee begonnen, zijn nog altijd de succesnummers van Bejo. Maar de afgelopen jaren heeft het bedrijf zich ook gestort op andere groenten, vooral 'vruchtgewassen' als aubergines, courgettes, tomaten en paprika's.

Vorig jaar kocht de onderneming tegen haar gewoonte in een bedrijf, slaveredelaar Agrisemen in Breda. 'We groeien autonoom, maar houden onze ogen open voor interessante genetische pakketten.'

Internationale concurrenten
Met de verbreding komt Bejo op het terrein van de grote internationale concurrenten Enza Zaden in Enkhuizen en Rijk Zwaan in De Lier. De drie toonaangevende, zelfstandige Nederlandse zaadveredelaars gaan zo meer op elkaar lijken, ook doordat Enza en Rijk Zwaan óók wortelen en bieten veredelen. Maar Schipper vindt dit niet erg. 'We denken dat er ruimte in de markt is voor nog een speler. Het zijn grote markten wereldwijd die nog volop in ontwikkeling zijn. Dit is voor ons gewoon een commerciële afweging.'

Voor de zaden van de nieuwe gewassen van Bejo moet een plek gevonden worden in het overvolle ´Pakhuis´ in Warmenhuizen. Soms ontstaat er ruimte doordat Bejo ook wel eens iets weggooit. Het zaad dat dit lot treft, had oorspronkelijk een verkoopwaarde van soms honderden euro's per kilogram, maar is nu te oud of mist de juiste eigenschappen. De afgedankte zaden gaan voor een paar cent per kilogram naar verwerkers van restafval en eindigen bijvoorbeeld in vogelvoer.

Kwaliteit
De afgekeurde voorraden zouden aan een voedselhulporganisatie kunnen worden geschonken. Maar Bejo wil de zaden uit het circuit houden. 'Afval is afval', zegt Schipper. 'Het gaat gewoon weg. Anders komt het zaad met minder goede eigenschappen toch weer de markt op en dat willen we niet. We doen geen concessies aan onze kwaliteit.'

 Bron: Het Financieele Dagblad