Jan Adriaensz. Leeghwater is een icoon. Hij gaat door als de man die in de ‘gouden’ zeventiende eeuw het werelderfgoed Beemster en vele andere meren leegmaalde. In Nederland zijn meer dan 60 straten naar hem vernoemd. In Middenbeemster, De Rijp, Purmerend en Hoofddorp staan bovendien standbeelden van de grote man. Zijn al die eerbewijzen echt verdiend?

Het poldericoon wat Leeghwater heet

Onderwaterkunst

Leeghwater werd in 1575 geboren in De Rijp. Zijn vader Adriaen Simonsz. Leeghwater was timmerman. De jonge Leeghwater werd in hetzelfde vak opgeleid. In 1605 wist Leeghwater samen met enkele dorpsgenoten voor het eerst de aandacht van het publiek te trekken met de ‘onderwaterkunst’. Waarschijnlijk ging het om een duikerklok. Leeghwater dook in het water, speelde daar een stukje muziek, at appels en peren op en kwam pas na een hele poos weer boven. Deze stunt demonstreerde hij in een vijver bij Den Haag zelfs voor de prinsen Maurits en Frederik Hendrik en later op de Amsterdamse kermis.

 

De Beemster

Op die kermis stond de grote koopman Dirck van Oss tussen de menigte. Enkele jaren later, in 1607, nam Dirck het voortouw om het grote Beemstermeer bij Purmerend droog te maken. Leeghwater rook een kans. Hij had zich ondertussen bekwaamd als molenmaker en vond inderdaad werk als opzichter over de bouw van de poldermolens. Hij voldeed goed en ontving in 1611 een gratificatie.

Polderexpert in binnen- en buitenland

Nadat in 1612 de Beemster was drooggevallen, ging Leeghwater door als adviseur in poldervraagstukken. Hij was betrokken bij vele andere droogmakerijen. Echt de leiding had hij nooit, maar wel bouwde hij een goede reputatie op als polder- en molenexpert. Leeghwater ging verre reizen niet uit de weg als er wat te verdienen viel. Hij werkte bijvoorbeeld mee aan het droogleggen van moerassen bij Bordeaux en in Lotharingen en landaanwinningen in Sleeswijk. Af en toe waagde Leeghwater zich ook aan andere projecten. Hij maakte bijvoorbeeld het bestek voor het prachtige raadhuis van De Rijp. Rond 1640 verhuisde hij naar Amsterdam waar hij mee metselde aan het stadhuis – nu het Koninklijk Paleis – op de Dam.

Echt de leiding had hij nooit, maar wel bouwde hij een goede reputatie op als polder- en molenexpert. 

 

Blijvende faam verwierf Leeghwater vooral met zijn Haarlemmermeerboek uit 1641. Het gaat om een plan voor de droogmaking van dit reusachtige meer tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden. Helemaal realistisch was Leeghwaters plan niet, maar het boekje was prettig geschreven en bevatte tal van anekdotes, rijmpjes en mooie verhalen uit zijn carrière. Het werd dan ook eindeloos herdrukt.

Voetstuk

In de loop van de negentiende eeuw werd Leeghwater pas echt op een voetstuk geplaatst. Men ging toen op zoek naar een ‘gezicht’ om de indrukwekkende droogmaking van de Beemster en al die andere meren aan te koppelen. Hier kwam bij dat Leeghwaters Haarlemmermeerboek weer werd bestudeerd. Na jarenlange discussie ging in 1849 eindelijk de droogmaking van dit grote water van start. Natuurlijk werd een van de drie grote stoomgemalen waarmee het meer werd leeggemalen ‘Leeghwater’ gedoopt.

Temmer van de waterwolf

Leeghwaters ster steeg hierna steeds hoger. Hij werd tot de man gemaakt die in de zeventiende eeuw eigenhandig de waterwolf had getemd. Er verschenen zelfs romans over zijn leven en recent dook hij nog op in een historische thriller en werd er een jeugdboek aan hem gewijd. Met de historische figuur Leeghwater heeft dit niet veel meer te maken. De ware Leeghwater was een ‘selfmade’ polderexpert, die zijn vak verstond en een goede reputatie genoot. Bovendien had hij een goede neus voor publiciteit en zelfpromotie. Leeghwater is dus maar een klein lichtpuntje aan de overvolle sterrenhemel van beroemdheden uit de Gouden Eeuw. Maar toch schijnt dat kleine lichtje na vier eeuwen nog steeds helder over het Hollandse polderland.

Met dank aan: Diederik Aten, HHNK

 

< terug naar het overzicht



 
 


Gerelateerde verhalen