Bij Pieter Bergmeijer krijg je geen standaard verhaal over het milieu. Hij geeft ons een bedrijfskundige blik op duurzame energie en neemt ons mee terug in de tijd, toen klanten van energiebedrijven nog nummers waren en men discussieerde tot diep in de nacht. Hij praat over de Afsluitdijk als bron van duurzame energie, het redelijk alternatief. En over energie uit water als exportproduct van Nederland. Hoe een bevlogen tijd van toen leidt tot de innovatieve wereld van nu.

Koplopers in energie uit water

Met collega's tot diep in de nacht discussiëren
Pieter Bergmeijer neemt ons even terug in de tijd: naar 1981 toen kernenergie het onderwerp van de Brede Maatschappelijke Discussie was tijdens het kabinet-Van Agt. Pieter was net als natuurkundige afgestudeerd op duurzame energie aan de TU Delft en begon bij een ingenieursbureau dat was voortgekomen uit de milieubeweging. Het was een bevlogen tijd, vertelt Pieter, waarin hij en zijn collega's tot diep in de nacht fel discussieerden over het milieu. "Wij vonden kernenergie helemaal niet nodig. Er waren genoeg andere vormen van energiebesparing en duurzame energie", vertelt Pieter "wij onderzochten het redelijk alternatief." De jaren tachtig stonden bol van maatschappelijke conflicten zoals deze. Die tijd heeft hem gevormd. Hij was toen zo overtuigd van de mogelijkheden van duurzame energie dat hij ermee verder wilde.

We vonden dat we al heel milieuvriendelijk waren

We overleefden als Nederland twee keer een oliecrisis, energie werd goedkoper. We vonden dat we al heel milieuvriendelijk bezig waren door gas te gebruiken in plaats van steenkool zoals onze buurlanden. Duurzame energie kabbelde daarom een beetje voort, vond Pieter en ging aan de slag bij TNO. Daar gaf hij leiding aan onderzoekers die zich bezighielden met thermische zonne-energie. Vanuit TNO zetten ze een groep op om samen met MKB'ers tot goede Nederlandse producten te komen. Ook hier was het een saamhorig knutselen aan duurzame productontwikkeling. Het was de pionierstijd van duurzame energie.

Winsemius: energiebedrijven moeten milieu-inspanning verrichten

Op een gegeven moment had Pieter het wel gehad met onderzoek. Hij ging aan de slag bij PEN, toenmalig energiebedrijf van de Provincie en maakte de overgang mee via ENW naar Nuon. Hij begon er als coördinator van MAP: de afspraak dat energiebedrijven een milieu-inspanning zouden gaan verrichten onder leiding van oud-minister Winsemius. Volgens Winsemius moest de maatschappij gaan meebetalen als we het milieu constructief wilden verbeteren.

Bergmeijer, waar ben je mee bezig!

Het leuke was, vertelt Pieter, alle energiebedrijven waren monopolisten. Ze beconcurreerden elkaar niet en er was geen gevecht om de klant. De MAP-coördinatoren bedachten met elkaar een nieuwe bedrijfstak. Dat deden ze in twee opzichten. Een monopolist levert aan een klant. Die klant heeft het nodig en kan het nergens anders krijgen. Energiebesparing is weliswaar een product, maar de klant heeft het niet nodig. Je moet de klant dus overtuigen dat het voor hem interessant is. Pieter: "Daar heb je marketing voor nodig, maar binnen energiebedrijven was er geen sprake van marketing, je was tenslotte toch de monopolist." Tegelijkertijd kreeg Pieter te maken met een interne tegenbeweging: Bergmeijer, waar ben je mee bezig, vroeg men hem, met al die besparingsproducten prijs je ons eigen product uit de markt!

Omslag in denken over klanten

Je moest dus niet alleen de klant overtuigen, maar ook de interne mindset veranderen. Pieter wist zeker dat de liberalisering van de energiemarkt zou doorzetten. Dan ontstaat het échte gevecht om de klant. Klanten waren toen nummers, codes en verbruikers. Het was volstrekt nieuw dat ze ook behoeften hadden. En marketing  was de blinde vlek van het technisch gedreven bedrijf. Dat gold voor de hele sector. Het was een echte omslag in denken over de positie van de klant. Eenmaal duidelijk zichtbaar, medio 2000, wist men niet hoe snel men om moest.

Van Afsluitdijk naar 'aansluitdijk'

Voor Pieter, toen directeur Duurzame Energie bij ENW, was het na de overname door Nuon tijd voor een nieuwe stap. Hij ging aan de slag als zelfstandig consultant. In 1999 richtte hij met anderen Renewable Energy Valley op met de ambitie om van de Kop van Noord-Holland het centrum van duurzame energie te maken. Een paar jaar later ging dit initiatief samen met Energy Valley en werd de Afsluitdijk de ‘aansluitdijk’. Er kwamen plannen voor een klimaatbestendiger en veiliger dijk die duurzamer en toeristisch aantrekkelijker moest worden. En duurzame energie op de Afsluitdijk, dat interesseerde Pieter natuurlijk. Tegen 2012 was de Afsluitdijk zijn complete speeltuin en was hij als directeur van Tidal Testing Centre bezig met het project Energiedijken en trekker Duurzame Energie van het programma De Nieuwe Afsluitdijk (DNA). Vanuit het kleine gebouwtje in Den Oever gingen ze aan de slag met duurzame energie op de Afsluitdijk.

Nederland is wereldwijd één van de koplopers in energie uit water. 

 

Blauwe energie

Met REDstack werkten ze aan blue energy die gebruik maakt van de harde zoet-zout overgang in de Afsluitdijk. Als je zoet en zout water aan weerszijden van membranen laat stromen, krijg je elektrische spanning, dus blue energy, legt Pieter ons uit. Dat het kon wisten ze al, maar membranen zijn duur. Projectpartner Fujifilm ontwikkelde goedkopere membranen aan een rol. Dat moest, want de prijs van elektriciteit uit blue energy moet uiteindelijk concurreren met de prijs van elektriciteit uit wind op zee.

Je zou er zo 200 megawatt kwijt kunnen

Naast blue energy is vanuit DNA ook nagedacht over wind langs de dijk. "Maar windmolens langs de Afsluitdijk, dan moeten we als Nederland echt heel erg omhoog zitten met het behalen dan 16% duurzame energie!" lacht Pieter. Omdat hij zich al lang bezighoudt met duurzame energie, weet hij wat de gevoeligheden zijn. De Afsluitdijk ligt in een trekvogelroute en biedt weids uitzicht over het wad. Zou het een goede plek zijn voor windenergie? "Oh ja zeker," lacht Pieter, "je zou er zo tweehonderd megawatt kwijt kunnen!"

 

Als we windmolens op de Afsluitdijk zouden zetten, levert dat 200 - 300 MW elektriciteit op. Dat is goed voor de elektriciteit van bijna 200.000 huishoudens! 

 

Durf over je eigen schaduw te springen

Een ander serieus plan is zonne-energie op de Afsluitdijk. Vanuit de zuidoost kant wordt het dijktalud beschenen door de zon, daar groeit nu gras. Waarom zou je dat groen niet vervangen voor blauw of zwart. Er loopt ook zwart asfalt over de dijk, dus waarom niet. Dan zou je tien tot vijftien megawatt aan zonne-energie kunnen verkrijgen. Als je dit soort plannen bedenkt, krijg je weerstand, merkte Pieter. Iedereen is in eerste instantie enthousiast over de energie neutrale dijk. Maar als puntje bij paaltje komt, gaat het hele plan niet door. Het is een vorm van behoudzucht, vindt hij. We weten wat we hebben, maar niet wat we krijgen. Durf over je eigen schaduw te springen en maak iets wat past in 'Nederland volledig duurzaam'. Maak zo'n dijk energieleverend. Dat moet toch gewoon kunnen, denkt Pieter. En die paar grassprieten op de Afsluitdijk? Die kunnen we best missen. Maar als je daar niet aan mag komen, houd je nog twee technologieën over: getijdenenergie en blue energy.

Tidal Testing Centre: we doen het niet alleen

Naast testlocaties voor getijdenturbines, willen we kennis over energie uit water bundelen. Er zijn veel kennisinstituten met elk een eigen specialisme: ECN voor duurzame energie, Deltares voor stromingsmodellen, Imares voor ecologie en vissen, Nioz voor zee en Erasmus Universiteit voor niet technische belemmeringen. En wat we doen op de Afsluitdijk is misschien ook toepasbaar op andere dijken. Het is een goede manier om dicht bij huis ervaring op te doen met energie uit water en dat later te lanceren als exportproduct wereldwijd. In Nederland heb je negentien MKB-partijen die zich bezighouden met energie uit water. Ze hebben behoefte aan een centrum met toegang tot de grotere kennisinstellingen. Daar werkt Tidal Testing Centre naartoe, samen met strategisch partner PwC die dit ook een belangrijk thema vindt.

Wij zijn koplopers in energie uit water

Vanaf 2017 heten we: Dutch Marine Energy Centre (DMEC). Voor het bedrijfsleven in Europa willen we met het European Marine Energy Centre en Ierse, Franse en Belgische centra een compleet ontwikkeltraject opzetten voor productontwikkelaars. In totaal zijn we met vijftien partners. In Brussel is men geïnteresseerd: ze zien dat vijftig procent van alle initiatieven wereldwijd uit Europa komen. Landen als Frankrijk, Nederland, Engeland en Ierland zijn de koplopers in energie uit water. Met elkaar geven we vorm aan een sterke Europese positie van energie uit water. En dan heeft Nederland veel te bieden: technologieën van energie uit water, deltatech en offshore.

Ministeries, kom op!

Het nieuwe DMEC wordt een samenwerkingsverband van kennisinstellingen met testfaciliteiten en een multidisciplinaire visie. "We moeten slim gebruik maken van de technologische kennis en de onderzoeksinfrastructuur van dit nieuwe vakgebied van energie uit water" zegt Pieter. De Haagse politiek ziet nog niet helemaal wat ze met energie uit water moeten, vindt hij. Maar wat zij inmiddels wel weten is, dat we tot de wereldtop behoren in energie uit water. "Dat is wat ik de komende tijd ga doen. Ik ben bezig met een intentieverklaring tussen onder meer het Rijk en het bedrijfsleven dat we deze energie serieus gaan nemen en de thuismarkt gaan ontwikkelen. Want projecten in de thuismarkt vormen een fantastisch marketinginstrument om de wereld te overtuigen wat we kunnen. “Of het gaat lukken weet ik niet, zegt Pieter, maar in die fase zitten we”. Dus ministeries en provincies, kom op!"

Het is zo'n dertig jaar geleden dat Pieter Bergmeijer als jonge man tot diep in de nacht discussieerde over het milieu. En nu dertig jaar later, lijkt het erop dat hij dezelfde saamhorigheid terug heeft gevonden: in een internationale samenwerking. En de jongens van toen? Die spreken elkaar nu via skype. 

Meer weten over De Nieuwe Afsluitdijk?

Meer weten over Blue Energy? Bekijk het filmpje van National Geographic Channel

 

Thermische zonne-energie, wat is dat?

Je kunt warmte of elektriciteit maken met zonne-energie. Bij zonnepanelen wordt zonlicht direct in elektriciteit omgezet. Zonnecollectoren zetten zonlicht om in warmte. Daarmee kun je douchewater verwarmen – de zogenaamde zonneboiler – of als hulpje voor je centrale verwarming. Dat is thermische zonne-energie.

Blue energy, wat is dat?

Het werkt zo: als je langs een ion-selectief membraan aan de ene kant zoet water en aan de andere kant zout water laat stromen, dan ontstaat er een spanningsverschil. In zout water zitten positief en negatief geladen deeltjes. In zoet water helemaal niet. Als we de twee soorten water langs elkaar laten stromen, komen daar twee membranen tussen: het ene membraan laat positief geladen deeltjes door, het andere de negatief geladen deeltjes. De deeltjes gaan elk hun eigen kant op. Dat spanningsverschil gebruiken we om elektriciteit mee op te wekken.

 

 

 

< terug naar het overzicht



 
 


Gerelateerde verhalen