Een tweede leven geven aan de geschiedenis. Dat is wat het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen onder leiding van directeur Stephan Warnik continu doet. Of het nu is door eeuwenoude ambachten over te brengen aan jonge ‘Dutch Design’ ontwerpers, door vergeten watersnoodrampen in de schijnwerper te zetten of door de meer dan 150 monumentale panden te behouden zodat ze er over honderd jaar nog even authentiek bijstaan als toen ze werden gebouwd.

Tweede leven aan geschiedenis bij Zuiderzeemuseum

Om aan die missie te kunnen voldoen, kan Warnik niet rustig achteroverleunen en wachten totdat de rijkssubsidies op de rekening staan. Nee, hij moet iedere dag weer ondernemen om het museum draaiende te houden. Een eer noemt hij het dan ook dat het Zuiderzeemuseum is genomineerd voor de West-Friese ondernemersprijs ‘West-Friesland Meer’. Of het een na hoogste geldbedrag dat ze kregen van de Bankgiroloterij voor het nieuwe winterproject Zuiderzeelicht. “In de winter, een periode waar normaal gesproken weinig tot niets gebeurt in het museum, besloten we in de avonduren iets neer te zetten. Een nieuwe manier om ons erfgoed voor het voetlicht te brengen, door gebruik te maken van het donker en beelden”, zegt de museumdirecteur over het project. “Maar daarvoor moesten we competitie leveren tegen zeshonderd andere musea. Dan moet je echt ondernemende kwaliteiten hebben. En die nominatie van West-Friesland Meer geeft ons ook erkenning. Mensen realiseren zich vaak niet wat er allemaal achter zit om dit museum op kwaliteit te houden.” 

Kalkovens

Neem bijvoorbeeld het nieuwste restauratieproject van de kalkovens in het buitenmuseum: dat moet allemaal op authentieke wijze gedaan worden. En daarom wordt de metselmortel gemaakt van schelpkalk. Zoals het ooit ook werd gedaan. “Anders ga je het als museum ‘fake’ doen en dat willen wij niet. We willen de authenticiteit waarborgen. Maar daardoor zijn we wel tonnen per jaar kwijt aan onderhoud.”

Dat onderhoud is niet het enige waar geld naartoe gaat: met 120 voltijdsbanen (ingevuld door zo’n 170 betaalde medewerkers) en 240 vrijwilligers is het Zuiderzeemuseum een grote werkgever in West-Friesland. “85 procent van onze werknemers komt uit de regio, de helft daarvan zelfs uit Enkhuizen.” Daarbij slingert het museum nog meer werkgelegenheid aan: “Door het museumbezoek - in de afgelopen vier jaar gestegen van gemiddeld 210.000 naar 285.000 mensen - zijn de bed and breakfasts gevuld, ligt de Compagnieshaven vol met boten en kan ook de binnenstad profiteren.”

 “We willen de authenticiteit waarborgen. Maar daardoor zijn we wel tonnen per jaar kwijt aan onderhoud"

Parkeren

Dat kan nog meer worden aangezwengeld, stelt Warnik, als een grote wens van het museum in vervulling gaat: een parkeerterrein bij het Enkhuizerzand, met ruimte voor zo’n 245 auto’s. Bij een goede parkeerplek zijn bezoekers geen tijd meer kwijt aan de boottocht, die op zonnige dagen charmant is, maar bij regenachtige dagen minder plezierig. Warnik: “Nu is die boottocht verplicht, maar met die parkeerplaatsen optioneel.” Volgens hem zullen bezoekers van het museum sneller een rondje door de stad maken (en vice versa), omdat ze meer tijd overhouden. “Als Enkhuizen kunnen we dan twee producten aanbieden. Het kan een enorme impuls geven aan de stad; het wordt namelijk steeds meer duidelijk dat musea geen kostenpost zijn, maar economische aanjagers. De Jeroen Bosch tentoonstelling in Den Bosch heeft die stad bijvoorbeeld miljoenen opgeleverd.

Warnik vervolgt: “We staan voor een financiële uitdaging, we moeten grip op de kosten krijgen en meer inkomsten genereren. Er zijn steeds meer mensen die een Museumkaart hebben. Die maken op een dag een rondje in de regio: gaan bijvoorbeeld even naar Hoorn, dan naar het Zuiderzeemuseum en sluiten af in de Beemster. In tegenstelling tot vroeger toen er minder musea waren en bezoekers een hele dag naar ons toe kwamen. We zijn een uitje: we moeten concurreren met dierentuinen of pretparken. De vrije tijd is beperkt. Veel mensen gaan korter naar een museum en vinden service, comfort en bereikbaarheid belangrijk. Niet voor niets bleek uit een onderzoek van de ANWB dat goed parkeren bij een attractie van belang is. Veel toeristenbussen komen niet eens naar het Zuiderzeemuseum, omdat er niet dichtbij geparkeerd kan worden. Terwijl we wel erg gewaardeerd worden door toeristen, omdat we geen ‘tourist trap’ zijn.”

Treinen

Daarom is het voor het Zuiderzeemuseum ook belangrijk dat de destinatiemarketingorganisatie Holland Boven Amsterdam, onderdeel van het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, goed functioneert: “We hopen bijvoorbeeld dat de ‘I Amsterdam Card’ ook geschikt wordt gemaakt in de treinen van de NS, zodat ze makkelijker de stad uit kunnen gaan met het openbaar vervoer. De destinatiemarketingorganisatie kan hierbij helpen. Daarnaast kan het dienen als communicatiekanaal met de bezoekers; je hoeft als gemeente niet langer meer alleen mensen te trekken, maar door samen te werken en schaalvergroting kun je boven die bestaande versnippering uitstijgen. Ik hoop echt dat het lukt.”

www.zuiderzeemuseum.nl

Tekst: Tekstgenoten
Fotografie: Natascha Libbert

 

 

< terug naar het overzicht



 
 


Gerelateerde verhalen